
Willem Breuker, die vrijdag 30 juli jl. werd begraven, schreef zo'n 500 composities voor eigen groepen en voor derden. Hier speelt hij in 1977 in Zeeland nabij de Philipsdam in de Ooster Schelde echter een stuk uit Leo Cuypers "Zeeland Suite". Deze suite werd op meerdere plaatsen in Zeeland in delen ten gehore gebracht door de leden van het Willem Breuker Kollektief. (Foto: Wim Riemens).
DE LANGE MARS VAN WILLEM BREUKER: NOTENKRAKER, COMPONIST EN MUSICUS
Een week nadat Hans Dulfer de Wessel Ilcken Prijs 1970 kreeg mede voor de door hem georganiseerde jazzconcerten met heavy tenoren in Paradiso, waardoor het kleurloze jazzleven in de hoofdstad opfleurde, onderbrak Willem Breuker met een 40- tal geestverwanten in het Concertgebouw het optreden van het Concertgebouworkest olv Bernard Hatink. Deze zgn Notenkrakers, waaronder Peter Schat, Louis Andriessen, Harry Mulisch en Misha Mengelberg, nodigden met steun van ratels en toeters dirigent Haitink per megafoon uit tot een openbare discussie over de noodzaak tot vernieuwing. Eind 1966 hadden de componisten Mengelberg, De Leeuw, Van Vlijmen en Schat al per brief opgeroepen tot vernieuwing van repertoire en leiding. De ludieke straathappenings van Provo en de aktie Tomaat in schouwburgen dienden deze componisten tot inspirerend voorbeeld. De Aktie Tomaat had immers het jaar daarvoor, op 1 november 1969, geleid tot een openbare discussie over het toneelbestel in de hoofdstedelijke Stadsschouwburg.
Willem Breuker was aanwezig op die 17e november 1970, maar stond als componist nog aan het begin van een lange mars. Toch was hij al in 1966 begonnen met het componeren voor de films van Johan van der Keuken met "Een film voor Lucebert" als veelbelovende aftrap. En met het schrijven van stukken voor zijn eigen groepen, waarvan de eerste serie titels inhaakten op zijn belangstelling voor moderne schilderkunst en sommige stukken theatrale effecten incorporeerden.
Belangrijk is het feit, dat Breuker evenals Misha Mengelberg zich interesseerde voor ludieke akties op het podium, in de sfeer van Fluxus. Dit leidde voorjaar 1966, het jaar van De Telegraafrellen met massale bestorming van de Amsterdamse Telegraaf redactieburelen, het omverwerpen van vrachtwagens en het slag leveren met de politie, tot zijn spraakmakende, op het Loosdrecht Jazz Concours niet perfect uitgevoerde "Litanie voor de 14e juni, 1966". Dit werk werd op twee podia uitgebeeld met musici, een declamatrice en veel visuele elementen.
Breuker etaleerde zijn stellingen voor vernieuwing in de gezapige muziekcultuur op de destijds schaars voor hem beschikbare podia en in de weinige interviews. De maatschappij was overigens al langer bezig met vernieuwing, maar de Nederlandse jazzsector kwam pas later op gang, omdat het navolgen van Amerikaanse jazzmusici topprioriteit had.
Breuker distantieerde zich echter langzaam maar zeker van die jazz gemeenschap, alhoewel daar wel deels zijn wortels lagen. Er was meer in de polderwereld dan het navolgen van Afro Amerikaanse muziek. Het paradijs lag muzikaal gezien overal: fluitende mannen op de trap, zingende buurvrouwen aan de was, schreeuwende en soms zingende verkopers op straat, zwierige draaiorgels op de Dam én in de volksbuurten, claxonnerende auto's in de straten en schor loeiende boten op het water, plus breed marcherende en luid spelende harmoniekorpsen op zaterdagmiddagen op pleinen en in parken.

Willem Breuker (midden met sigaret) op het Hammerveld Jazz Festival 1966 in Roermond. Foto: archief Maarten Derksen (zelf geheel rechts op deze foto).
BREUKER’S ANDERE WEG
Willem Breuker verzamelde naast muzikale voorbeelden uit de jazz vooral statements uit de hoek van de nieuwe componisten. De straatgeluiden had hij al in zijn hoofd zitten. Openlijk uitte hij zijn streven om niet te spelen als Ben Webster en Don Byas, twee aanbeden jazz tenorhelden, die vinnige strijd met elkaar leverden gehuld in alcoholische nevelen op het podium van de kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae aan het Amsterdamse Rokin. Staande buiten de cirkel van bezoekers luisterde hij er naar in 1967, gaf geen negatief commentaar, trad ook dat seizoen zelf in Arti op, maar verkondigde als een ascetische monnik, dat hij elke dag thuis in de kelder oefende op zijn andere muziek.
Dat was Breuker’s muzikaal - ideologische weg.
Daarnaast beliep hij de Amsterdamse “humor ligt op straat” weg. Hoe scherp zijn aanval op het Nederlandse muzikale bestel ook was, waarbij zanger Max van Praag het op diens Loosdrecht Concours 1967 het zwaarst moest ontgelden met een avant-garde potpourri van zijn liedjes door Breuker’s orkest, er zat altijd een vriendelijke of cynisch humoristische tekstuele, visuele of muzikale noot tussen.
Bij voorkeur stevig, zoniet agressief gepresenteerd, opdat de boodschap hard en helder over zou komen.
Breuker was socialist, dat bevestigde hij desgevraagd nog één jaar voor zijn dood, en zag niets in de kapitalistische systemen en wetten, zoals die ook bij de grote platenmaatschappijen golden. Zelfwerkzaamheid, daar draaide alles om teneinde het ingeslapen hoofdstedelijke muziekleven wakker te schudden.
Breuker’s muzikale smaakpatroon was veel breder dan de meeste van zijn tijdgenoten. Een nog groter verschil was zijn voorkeur voor theatrale effecten.
De kern van Breuker’s modus operandi was een dubbelslag: een collage van muziekelementen gemengd met een collage van visuele elementen.
Dat had kunnen leiden tot breedlopende optredens, maar de kracht van deze initiator lag in het feit, dat hij de kunst verstond het totaal puntig neer te zetten waarbij het veelal jagende tempo geen twijfel liet bestaan over de stuurvastheid van de chef.

Het begon met het duo Han Bennink en Willem Breuker als New Acoustic Swing Duo, het werd de Instant Composers Pool vanaf de komst van Misha Mengelberg, die zich buitengesloten voelde, want hij zag het avant - garde avontuur opdoemen. Nadat Willem uit het ICP was gestapt trad hij nog een aantal keren op met Han als New Acoustic Swing Duo, tot in Japan, zoals dit album aantoont.
VAN DUO TOT INSTANT COMPOSERS POOL
Breuker werd soms afgeschilderd als cynisch of knorrig. Dat zijn misvattingen. Breuker wist wat hij wilde, had daar veel zoniet alles voor over en zat niet verlegen om beleefdheidspraatjes. Hij ging hard ploeterend bij voorkeur rechtstreeks op nieuwe doelen af. In zijn belangrijkste vormingsperiode, de jaren 1966 en 1967, leerde hij de energieke drummer Han Bennink van nabij kennen, want hij verving voorjaar 1967 Piet Noordijk in het Mengelberg - Bennink kwartet. Dat najaar startten Willem en Han het New Acoustic Swing Duo, een naam met een dubbele bodem. Dit mini avant-garde hofje wilde dolgraag op podia buiten de hoofdstad geboekt worden en de term "swing" zou daar een handje bij kunnen helpen. Misha Mengelberg, eerder lid van een Haagse jury, die Breuker's spel beoordeelde, wilde zich zo snel mogelijk aansluiten bij dit baanbrekende duo. Uiteindelijk kwam de naam Instant Composers Pool op tafel, die aangaf dat er ter plekke geïmproviseerd werd en dat men in verschillende combinaties zou kunnen optreden. Dat gebeurde ook en de bekroning van dit streven was de van Peter Brötzmann afgekeken formule: een eigen platenlabel met eigen werk in volledig eigen beheer. Het label startte met zeer kleine oplages waarbij Bennink zijn kunstacademie opleiding inzette om waar mogelijk elke hoes niet alleen van een eigen ontwerp te voorzien, maar ook het uiterlijk per album te veranderen door wisselende versiersels uiteenlopend van vogelveren (Bennink's grote andere liefde) tot plakplaatjes, kleine stukjes cassette tape of insnijdingen. Deze unieke werken kostten zo'n tien gulden per stuk, inclusief de verzending. Hieruit bleek ook hoe de prijzen in de platenwinkels extreem hoog werden gehouden door het kartel van producenten en importeurs. Een gewone LP kostte in de winkel minimaal f 16,50 (zonder verzendkosten).
De samenwerking liep stuk op het moment, dat Breuker geen projecten bij het ICP label mocht uitbrengen van groepen buiten de Pool. Bennink vond in retrospectief, dat de Breuker projecten teveel geld opslokten. Mengelberg vreesde de daadkracht van Breuker, maar wist dat in bloemrijke taal te verpakken.
De scheiding was niet voor eeuwig. Van tijd tot tijd trad het New Acoustic Swing Duo op, zelfs tot in Japan.

ORKEST DE VOLHARDING OP POLITIEKE LEEST GESCHOEID
Er was meer in de wereld aan de hand in de zestiger en zeventiger jaren dan de afbraak van de gezapige, officiële Nederlandse culturele sector. De wereld stond al vanaf 1962 op de rand van de afgrond. Achteraf werd pas begrepen, dat door de Cuba crises in 1962, toen Russische raketten op het eiland Cuba vlak voor de Amerikaanse kust op de USA werden opgesteld, de lont voor een totale ontploffing was aangestoken. Het was een oudere Amerikaanse diplomaat met inzicht in de Russische tactiek, die Kennedy ervan wist te overtuigen, dat de Russen weliswaar een strak ultimatum, maar vooral een uitweg moesten krijgen. De USA kreeg hier overigens een koekje van eigen deeg, omdat zij eerder hun raketten in o.a. Turkije hadden opgesteld gericht op Rusland.
Al vanaf 1956 met de inval dat najaar van het Russische leger in Hongarije, dat zich los wilde maken van de USSR, groeide het politieke besef bij veel jongeren met name in het strijdbare Amsterdam, dat de wereld na WO II niet echt vrij was en de maatschappijstructuur op de schop moest.
De Telegraafrellen op 14 juni 1966 waren een scherp hoofdstedelijk signaal dat nieuwe tijden waren aangebroken. Hier reageerde Breuker bij donderslag op met zijn "Litanie voor de 14 de juni". Deze muziek werd vooral op podia gepresenteerd. Door de oprichting van het Orkest De Volharding in 1972 door Louis Andriessen en Willem Breuker werden twee doelen verenigd: moderne muziek spelen en een politieke boodschap afgeven. Dit bij voorkeur op straat voor een breed publiek in combinatie met politieke manifestaties. Het is duidelijk, dat de Nederlandse steun aan Amerika een doorn in het oog van jonge, veelal linkse musici was. De Amerikaanse corruptie was inderdaad nauwelijks minder erg dan bij de communistische regimes, die alleen de bevolking harder onderdrukten. De USA onderdrukte alleen de niet blanken in die periode. Intellectuelen liepen echter soms blind achter dubieuze leiders als Fidel Castro aan. Zo heeft Harry Mulisch de Cubaanse bevolking enorm ‘geholpen' met zijn lof op Fidel, terwijl hij tevens de auteur van het toneelstuk "De Knop" was, dat handelde over het risico van het per ongeluk indrukken van de atoombomknop. Breuker schreef in 1977 de muziek bij dit toneelstuk uit 1961, dat op BVHaast werd uitgebracht.
Amerika vocht ondertussen zijn heilloze oorlog in Vietnam en het Orkest De Volharding speelde o.a. het door Andriessen gecomponeerde stuk "Dat gebeurt in Vietnam". Het bracht hiervan een 45 toeren plaatje uit met de door Paul Binnerts geschreven tekst: "Vertrapt te worden en te strijden tegen honger, ziekte, armoe/ Onvermoeibaar, vol geduld/ Door takt en moed/ Te overwinnen de vijand".
Dat deze tekst tegen beide oorlogvoerende partijen gericht zou kunnen zijn, ontging menig onvermoede toehoorder. Duidelijk was, dat de opbrengst bestemd was voor het medisch comité Nederland - Vietnam.
De marsachtige muziek van De Volharding deed het goed op straat, de teksten pasten in de traditie van Nederlandse politieke muziek, denk aan het vooroorlogse "Gevloekt zey de Oorlog" van Willem Kila (bariton) en Jos. Schouten (harmonica), zij het op muziek van "Meet me to night in Dreamland".
Helaas werd het aantal compositorische bijdragen van Willem Breuker door de leden van dit collectivistische ensemble onvoldoende geacht. Exit Breuker met algemene stemmen. Die stond nu open voor een stevig orkest onder zijn leiding, dat vooral zijn werken zou moeten gaan spelen.

Deze poster werd gemaakt in puur zwart-wit voor de 1983 tournee van het WBK door de USA, Canada en de Antillen. De foto werd gemaakt op het Prinseneiland bij het BVHaast kantoor. Vlnr: Rob Verdurmen (drums), André Goudbeek (alt), Henk de Jonge (piano), Garret List (trombone), Andy Altenfelder (trompet), Arjen Gorter (bas), Bernard Hunnekink (trombone), Willem Breuker (rieten), Boy Raaymakers (trompet) en Maarten van Norden (tenor).
GIDDINS: "BREUKER BATTLES THE BOURGEOISIE"
Na de breuk van Breuker met de Instant Composers Pool lag de weg open voor een orkest naar eigen smaak. Dit werd in 1974 na een aantal tussenstappen het Willem Breuker Kollektief, waarvan alle leden, na verloop van tijd meestal zo'n tien musici, een steentje aan de organisatie bijdroegen en waarvan de beloning voor allen, inclusief de naamgever, gelijk was. Het is begrijpelijk dat de initiator zijn energie hoofdzakelijk in dit WBK stak, waardoor Orkest De Volharding qua aanvoer van nieuwe Breuker composities droog kwam te staan en de collega/concurrent in 1975 werd afgeserveerd. Het is onbegrijpelijk hoe snel de leider zijn nieuwe groep muzikaal op één lijn wist te krijgen. Het eerste optreden was op 1 juni 1974 met een uitvoering van de "Kikker Opera" in De Oosterpoort in Groningen. Het WBK begon als septet, maar omvatte aan het einde van het jaar bij de opname van het muziektheaterstuk "De Achterlijke Klokkenmaker" in de Brakke Grond A'dam naast de leider op rieten, Herman de Wit (tenor), Bob Driessen (alt), Bernard Hunnekink (trombone), Willem van Manen (trombone), Ronald Snijders (dwarsfluit), Leo Cuypers (piano), Rob Verdurmen (drums) en Jan Wolff (hoorn).
Bassist Arjen Gorter kwam daar in 1975 nog bij. De groep wisselde wel van samenstelling, maar in een voorzichtig en langzaam tempo. Dit maakte het orkest hechter en hechter, waardoor bij de USA tournee in 1977 de Buffolo Evening News lyrisch kon melden: "Breuker Ensemble Shows Collective Jazz Brilliance" plus loftuitingen als "brilliant jazz coup" en "There's been nothing like this 10-piece Dutch Ensemble here simply because there doesn't seem to be anything like it anywhere in the world".
Ook vooraanstaande critici in Duitsland en Frankrijk lieten zich decennia lang lovend uit over het WBK. De Amerikaan Gary Giddins beschreef in juli 1979 zijn bewondering voor dit ensemble en bundelde dit in zijn boek "Riding On A Blue Note". Zijn conclusie: "Breuker Battles the Bourgeoisie" . Hij merkte hierbij haarscherp op over de leider: "His is an internationalist music, neoclassical in shape, conservative by most avant-garde standards, and intensely political".
Het Kollektief stortte zich in ons land op talloze muziektheaterstukken, waarbij meestal het terugkerende thema het gebrek aan subsidie voor de jazz & improsector was. Zoiets gaat na drie keer snel vervelen, zeker als de enscenering wel humoristisch bedoeld is, maar de ondersteunende teksten niet altijd grappig zijn en zeker niet het niveau van de muziek evenaren. Niettemin werden hier volle zalen mee geboekt en kregen na verloop van tijd professionele gastacteurs als Loes Luca en Olga Zuiderhoek een betekenisvolle rol, waardoor de zaak opgekrikt werd.
Met een perfecte mix van muziek en theatrale effecten werd op buitenlandse tournees een betere balans tussen muziek, satire en actie gevonden, waardoor het Kollektief letterlijk van hier tot Tokio bekend en geprezen werd. Deze ideale mix werd ook toegepast bij de slim en avontuurlijk opgezette eindejaar festivals met de toepasselijke titel "Klap op de Vuurpijl". Dat nam niet weg, dat veel gespeelde stukken in een bijna gelijkvormig marstempo gepresenteerd werden, waardoor de spanning kon wegebben. Breuker's klarinet hoestbui act was absoluut leuk, maar bleef dat niet eeuwig. De vele citaten van andere componisten uit bekende stukken werden echter zo spontaan en verrassend met eigen toevoegingen en onverwachte wendingen gepresenteerd, dat het eindresultaat meestal zowel muzikaal hilarisch als geniaal was. Veel was ingestudeerd, veel ontstond al spelende en vaak gebeurde er toch iets onverwachts.
Dit concept week in feite sterk af van de oorspronkelike Instant Composers Pool formule, zo weinig mogelijk afspraken en zoveel mogelijk vrij spartelen. Maar, ook het ICP werkte na vele jaren iets meer gestructureerd. Het Willem Breuker Kollektief trad echter veel vaker op en raakte zo bekend, bemind en zeer ervaren en werd feitelijk nooit geëvenaard.

Voordat het label BVHaast naar het Prinseneiland verhuisde was het gevestigd in het woonhuis van (mede)oprichter Willem Breuker, die dit label samen met pianist Leo Cuypers opzette, na zijn vertrek bij de Instant Composers Pool en het ICP label.
HET LABEL BVHAAST WERD EEN THUISHAVEN VOOR AVANT-GARDE MUZIEK
Willem Breuker startte het label BVHaast in 1974 met pianist Leo Cuypers die de naam bedacht. Het doel was eigen opnames uit te brengen en die van bewonderde collega's zonder op toestemming van derden te hoeven wachten. Het fifty-fifty startkapitaal was 16.000 gulden. BVHaast was geen BV (Besloten Vennootschap met aandelen), veel te duur om mee te starten, maar een Vennootschap Onder Firma (VOF).Tien jaar later gaf Breuker toe, dat het enigszins uit de hand was gelopen. Dit was echter een logisch gevolg van de brede, nieuwsgierige muzieksmaak van deze hardwerkende muziekmaniak, die niet alleen bij zijn composities en optredens meerdere stijlen vermengde, maar ook na uitkoop van Leo Cuypers, 'zijn' label als opstap en doorgeefluik liet fungeren voor uiteenlopende muzikale initiatieven. Daarbij kwamen steeds meer non BVHaast avant-garde labels, die uit een soort broederliefde in ons land werden gedistribueerd.
De eerste BVHaast productie was de LP "Baal, Brecht, Breuker", die in een jute hoes met een vastgeknoopt quasi adreslabel werd verkocht. Vele bijzondere verpakkingen volgden: de uitschuifbare LP-hoes van trombonist Willem van Manen's "Twenty Minutes In The Life of Bill Moons", de driehoekige LP-hoes voor Willem Breuker en Leo Cuypers "Live in Shaffy", het cigarillo cd-doosje voor Willem Breuker "Previously Unreleased Recordings 1969 - 1994" en het camembert cd-doosje voor het Willem Breuker Kollektief "Heibel".
Enige concurrentie op het vormgevingsvlak met het ICP label en zijn originele ronde ICP 007/008 doos lag hier zeker aan ten grondslag, maar primair was het doel de eigenzinnige Breukermuziek in verpakkingen te stoppen, die de normale platenhandel niet graag zou voeren.
Hoofdzaak bleef de muziek zelf.
BVHaast albums werden bij de optredens in het buitenland ter plekke verkocht en in ons land bij zo'n 15 specialistische platenzaken, evenals bij enkele boekwinkels zoals Van Gennep in Amsterdam en Rotterdam en de Vrije Boekhandel in Tilburg.
BVHaast importeerde albums van muzikaal/politiek gelijkgestemden uit het buitenland. Kort na de start was dat o.a. het Duitse label Neue Welt met albums van linkse Italiaanse muziekgroepen en een album met strijdliederen uit Guinee-Bissao tegen de toen nog koloniale onderdrukker Portugal. Ook corrupte SPD praktijken werden op dit label aan de kaak gesteld door de West Berlijnse agitprop groep Der Funke. Politiek en muziek lagen in die periode dicht bij elkaar in de smaak van de importerende labelchef.
Uiteindelijk werden bijna een dozijn buitenlandse avant-garde labels gevoerd waaronder FMP, Birth, Ogun, Marge, Fluid en Sackville plus Nederlandse minilabels als Claxon (Paul Termos), Data ( Maurice Horsthuis), Panachord (Johnny Meijer), BIMhuis (October Meeting 1987 en 1991), Ex (The Ex), Geestgronden (Guus Janssen), Kontrans (Jaap Blonk), No Can Do (Arend Niks), Ramboy (Michael Moore) en WIG (Ig Henneman).
Een terugkerende formule bij deze laatste groep producenten/musici was, dat zij de helft van de oplage afnamen voor verkoop bij concerten. Ook het ICP label kwam ten slotte naar BVHaast voor de distributie, eerst de reissues, later ook nieuwe releases.
In 2002 besloot Breuker tot sanering van de meeste niet BVHaast labels en vertrok na 14 jaar de stille, maar onmisbare BVHaast kracht Susanna von Canon.
Het label begon als muzikanteninitiatief, werd een springplank voor Nederlands en buitenlands nieuw talent en schiep een schatkamer met nieuwe muziek, waar het publiek naar hartelust van kan genieten.

Willem Breuker won in 1993 de VPRO/Boy Edgar Prijs.
VALS SPELEND PODIUM FONDS TACKELDE BREUKER
Nadat Willem Breuker in 2007 een levertransplantatie kreeg moest hij lange tijd rust houden. Die rust werd wreed verstoord door het Podium Fonds, dat de subsidie aanvraag van het Kollektief ad 327.000 euro voor de gehele periode 2008 - 2012 afwees. Hierbij doen zich een aantal pijnlijke misgrepen van het Fonds voor.
Allereerst bleek, volgens aankondiging van het Fonds zelf, dat de secretaresse van deze commissie alle aanvragen vooraf inhoudelijk en financieel had beoordeeld opdat de vergaderingen sneller konden verlopen.
Twee ervaren onderzoekers (één marktonderzoeker en één cultuursubsidie onderzoeker) constateerden, dat de aanvragen van groepen en musici bij deze muziekcommissie binnen het A t/m L beginletter segment in grote mate werden toegewezen en omgekeerd de aanvragers in het M t/m Z segment grotendeels werden afgewezen. Dit kan er op wijzen, dat de ijverige secretaresse halverwege haar voorselecterend werk er achter kwam, dat het beschikbare totaalbudget al voor het allergrootste deel vergeven was. Jammer voor aanvragers met de startnaam Willem.
Ook bleek, dat deze commissie slechts 1 jazz/impro expert bevatte. Uit verder onderzoek bleek, dat deze expert al jaren afwijzend tegenover het Willem Breuker Kollektief stond. Niettemin wilde deze expert in het recente verleden bij een bepaalde tournee het Kollektief wel in zijn club laten optreden, maar dan tegen een verlaagd tarief. Breuker constateerde zelf, dat de commissie of de secretaresse een rekenfout had gemaakt van meer dan honderdduizend euro. Hij ging bij de rechtbank in beroep en won zijn zaak. De mallotige directeur van het Podium Fonds, die alle rechtszaken op rij verloor, riep uit, dat het Fonds door deze rechterlijke uitspraken nog beter de kans kreeg de afwijzingen toe te lichten.
Een belediging van de Nederlandse rechtspraak, een belediging voor de Nederlandse cultuursector en een belediging voor de Minister voor Cultuur, die helaas meer interesse in zijn hoed en shawl presentatie had dan de presentatie van Nederlandse avant-garde muziekgroepen in binnen en buitenland.

Schiphol 4 december 1977: het Willem Breuker Kollektief vertrekt voor een 3 weken durende tournee naar de USA.
Vlnr: Willem Breuker, Arjen Gorter, Maarten van Norden, Rob Verdurmen, Leo Cuypers, Boy Raaymakers, Bernard Hunnekink, Willem van Manen, Bob Driessen, Jan Wolff en begeleider Remmelt Remmelts. Foto: Rob Sötemann.
HET KOLLEKTIEF WAS HET MEEST GEPREZEN EUROPESE IMPRO ORKEST
Het Willem Breuker Kollektief maakte meer dan 20 internationale tournees, waarvan een groot deel door Amerika & Canada. Het verwierf bij veel deskundige muziekcritici en bij het enthousiaste publiek jarenlang internationale lof. Kort gezegd: het WBK was meer dan drie decennia lang internationaal het meest geprezen Europese impro - orkest.
Alle Raad van Cultuuradviezen waren hier keer op keer bijzonder duidelijk in: dit orkest bood een uniek programma op hoog niveau.
Het is een schande dat een ondeskundige Fonds directeur, die door zijn ambtelijke status alleen tegen kostbare wachtgeldregelingen ontslagen kan worden, de rommel van deze muziekcommissie jaar in jaar uit blijft verdedigen en het Willem Breuker Kollektief met vals spel tackelde. De rechter stelde Breuker in het gelijk, maar de directeur van het falende Podium Fonds wordt niet door het Ministerie gecorrigeerd.
Deze valse noot sluit helaas de loopbaan af van een unieke Nederlandse muzikant, componist en actievoerder, waarvan het verlies groter is dan menigeen nu beseft.
Alleen al de meer dan 500 composities voor zijn orkest, talloze toneelgroepen, diverse tv programma's, vele documentaires en enkele dansgroepen leveren nog jarenlang studiemateriaal op. Daarnaast maakten Breuker's activiteiten voor de Stichting Jazz in Nederland, de start van het BIMhuis, het Jazz & Geïmproviseerde Muziek in Nederland lexicon en het distributiemedium voor moderne muziek BVHaast hem tot een unieke persoon in de West Europese nieuwe muziek sector. En niet te vergeten: een keihard werkende, verdomd goede musicus met brede oren.

Willem Breuker trad in zijn jonge jaren vaak op in een colbertje. Dat werd later minder.














































































































